advies training tegen pesten voor kinderen en jonge mensen

meester_Henry

//meester_Henry

meester_Henry

Meester Henry

Op mijn allereerste basisschool had ik het naar mijn zin, ik voelde mij fijn, veilig, ik voelde ik mij goed. Op één schooljaar na. Ik was altijd wat zwaarder, wat steviger, en er werd standaard in ‘mijn lekkere wangetjes’ geknepen door mijn tantes. Maar ik voelde mij er nooit vervelend door, ik was mij er nooit zo bewust van omdat iedereen elkaar altijd in zijn of haar waarde liet. Tot dat ene schooljaar, ik kreeg een nieuwe meester, ik denk dat ik in groep vijf of zes zat toen. Het was zo’n hele populaire meester, iedereen vond hem tof en er werd altijd goed naar hem geluisterd. Hij had verkering met de moeder van een van mijn klasgenootjes, hij was een grappenmaker en hij gaf leuk les. Iedereen was fan, en ik een tijdje ook. Tot hij op een dag aan mij vroeg of ik iets uit een ander lokaal wilde halen voor hem, natuurlijk wilde ik dat meester. Toen ik het lokaal terug in kwam lopen hadden we blijkbaar wat vrije tijd om voor onszelf in te vullen, een paar leerlingen zaten te tekenen of een spelletje te doen aan hun tafeltje, anderen hingen om het bureau van de meester en een enkeling zat op zijn schoot. Ik overhandigde hem wat hij me had gevraagd te halen, ik denk dat het een pot lijm was, en bleef een beetje bij het bureau hangen, kletsen met mijn klasgenootjes en om naar één van zijn verhalen of grapjes te luisteren. Wist ik veel dat ik ineens het onderwerp zou worden van zo’n grapje. “Weet je Kayleigh”, zei hij tegen mij, “het lijkt wel of elke keer dat jij iets zegt, je wangen boller worden.” Die opmerking, en dat moment ben ik nooit meer vergeten. Er volgde natuurlijk gelach, en ik lachte mee, maar ik voelde direct de buikpijn opkomen. Het bleef niet bij die opmerking, hij had er een handje van om vaker opmerkingen te maken over mijn gewicht of over mijn bolle wangen en iets over het inhouden van mijn buik. Ik kan mij niet meer concreet alles herinneren, maar wel weet ik nog hoe ik mij voelde, ik schaamde me. Zo erg, dat ik het geloof ik niet eens aan mijn ouders heb vertelt. Ik voelde me onveilig omdat ik altijd tegen de juffen en meesters had opgekeken, altijd het gevoel had gehad dat zij een beschermende factor waren, ik voelde me bedrogen. Toen het schooljaar op zijn eind liep en hij vertelde dat wij hem volgend jaar niet meer als meester zouden hebben, deed ik alsof ik net zo verdrietig was als de rest van de klas. Maar ik was opgeluchter dan ooit tevoren. Waarschijnlijk weet hij het niet eens meer, waren het voor hem misschien echt maar grapjes, maar ik heb er nog heel vaak aan teruggedacht. Het moment waarop ik mij bewust werd van mijn lichaam en dat het niet goed genoeg was, niet mooi genoeg, niet dun genoeg. En dat dit pas het begin was van een tijd die moeilijk zou gaan worden, kijkend naar mijn zelfbeeld. Ik vraag mij wel eens af of hij zich mij nog herinnert, of hij zich nog kan herinneren wat voor woorden hij gewoon dacht te kunnen gebruiken tegen een van zijn leerlingen, of hij zich er wel eens rot om heeft gevoeld, die toffe, populaire en grappige meester Henry.

Meester Henry, ik weet niet meer goed of je op school bleef werken of naar een andere school ging, of misschien, met een beetje geluk, wel een hele andere carrière hebt gekozen. Een carrière waarbij jouw grapjes geen jonge kinderen meer konden raken, waarbij jouw grapjes er niet meer voor konden zorgen dat kinderen maandenlang met buikpijn naar school gingen. Ik heb geen idee wat er van jou is geworden, maar ik kan je wel in het kort vertellen wat er van mij is geworden. Ik heb na jouw ‘grapjes’, nog heel wat andere ‘grapjes’ te verstouwen gehad, ik heb mezelf jarenlang niet erg mooi gevonden, en altijd te dik. Ik heb erg gestoeid met mijn zelfbeeld, ik denk dat mijn ouders je daar ook wel voor zouden willen bedanken, gelukkig voor jou dat zij niets wisten van jouw woorden tijdens een van de ouderavonden of de tien minuten gesprekjes. Maar nu kan ik je vertellen dat het goed met mij gaat, dat ik (meestal)tevreden ben met wat ik in de spiegel zie en dat ik mede dankzij jou wel drie keer nadenk voordat ik een opmerking maak over iemands uiterlijk. Heb je mij toch een interessant ‘lesje‘ geleerd meester Henry.

Ik ben bang dat weinig mensen op deze wereld zich beseffen wat pesten kan doen met een kind, met een mens. Dat mensen te weinig nadenken over de woorden die uit hun mond komen, woorden die zij na enkele secondes zijn vergeten, maar die voor de ontvangende partij soms nog jaren later door het hoofd schieten, mét de bijpassende beelden, sferen, emoties én consequenties. Ik ben na deze meester nooit meer een leerkracht tegen gekomen die dacht dat het normaal was om zijn leerlingen op deze manier aan te spreken, maar ik ben wel veel leerkrachten tegen gekomen die pesterijen hebben aangehoord en aangezien maar ervoor kozen om weg te kijken, om te doen alsof hun oren dicht zaten, om te doen alsof ze ontzettend druk waren met het nakijken van toetsen. Ik snap het soms ook wel, als leraar zijnde heb je naast een voorbeeldfunctie ook een hele kwetsbare functie, als leerkracht kun je ook gepest worden, gekleineerd worden, voor schut gezet worden. Ik begrijp het, ik voel met jullie mee, echt, maar ik hoop dat de wereld een overschot heeft aan leraren die over hun eigen angst heen kunnen stappen. Meesters en juffen die proberen om om te gaan met wat er voor hun neus gebeurt. Docenten die weten en voelen dat zij misschien het verschil kunnen maken voor een kind, voor een leerling. Jullie zijn de beschermde factor voor veel kinderen, bedankt daarvoor.

Kinderen, jongeren, volwassenen, vrienden en vriendinnen, familie, geliefdes, collega’s, vreemden en vijanden, vergeet niet dat het gebruik van woorden één van de krachtigste en tegelijkertijd één van de meest gevaarlijke manieren van communiceren is. De opmerking “schelden doet geen pijn” heb ik nooit begrepen. Kies je woorden zorgvuldig, flap niet elke opmerking die in je opkomt er zomaar uit, en probeer altijd voor jezelf te kijken naar wat voor gevoel de woorden die je richting een ander roept bij jezelf zouden oproepen. Ik hoorde iemand eens zeggen: “Iemand anders dik of lelijk noemen, zorgt er niet voor dat jij zelf dunner of mooier wordt”. Ook van die woorden die al jaren zo af en toe door mijn hoofd spoken, maar dan zonder de buikpijn.

By | 2018-01-07T12:38:38+00:00 May 13th, 2017|